Voorbeelden van het gebruik van We buren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik vind het zo leuk dat we buren worden.
Weet je dat we straks buren zijn?
Het feit dat we buren zijn, bovendien goede vrienden maakt 't toch 'n beetje vreemd?
Ik was in de buurt en gezien we buren zijn, wilde ik je verband nakijken.- Bedankt.
Zijn we buren?
Dan worden we buren.
Dan waren we buren.
Misschien worden we buren.
Daar zijn we buren voor.
Toen we klein waren, waren we buren.
Hebben we buren?
Praten we zo als we buren worden?
Tenslotte zijn we buren.
Tenslotte zijn we buren.
Dan zijn we buren.
Eigenlijk zijn we buren.
Prima. Daar zijn we buren voor, niet?
Dan zijn we buren.
