Voorbeelden van het gebruik van Wegslepen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dan ga ik de pick-up maar wegslepen.
Hij moest je uit de bar wegslepen.
Kunnen we dat schip wegslepen?
wordt wegslepen geregeld.
Weet je hoeveel dode vrienden we deze week moesten wegslepen?
De kamer uit of ik laat je wegslepen.
Ze moeten ons wegslepen.
Je kunt me laten wegslepen.
niemand zal je hier wegslepen.
Ik laat hem vanavond wegslepen.
Ik kan u over 35, 40 minuten wegslepen.
Weet je hoeveel dode vrienden we deze week moesten wegslepen?
Hij moest je uit de bar wegslepen.
Ik zal je hier moeten wegslepen.
Ik kom dat huis slopen en wegslepen.
Je moet me helpen, hem wegslepen.
Waarom zouden ze me wegslepen?
Ik wilde Owen niet wegslepen.
Ze zouden ons wegslepen.
Zo te zien zijn ze je huis aan het wegslepen.