WENNEN - vertaling in Duits

gewöhnen
wennen
wen
wel
gewend raken
gewöhnungsbedürftig
wennen
Gewöhnung
gewenning
tolerantie
wennen
gewöhn
wennen
wen
wel
gewend raken
gewohnt sein

Voorbeelden van het gebruik van Wennen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Hij moet eraan wennen.
Wir müssen ihn daran gewöhnen.
Annarella, ik zou zelfs aan twaalf kinderen wennen.
Annarella, ich würde mich sogar an 12 Kinder gewöhnen.
Ik geef toe dat we aan elkaar moesten wennen.
Ich gebe zu, wir mussten uns aneinander gewöhnen.
Ik moet aan het licht wennen.
Ich muss mich an das Licht gewöhnen.
Ik weet het. Ik moet nog aan die superkrachten wennen.
Ich gewöhne mich erst an die Superkräfte.
Will. Je kunt er maar beter aan wennen.
Gewöhne dich besser daran, Will.
Hij helpt je wennen aan je nieuwe leven.
Er wird dir helfen, dich an dein neues Leben zu gewöhnen.
Beter wennen aan mij wordt je voogd.
Gewöhn dich besser an mich als deine Erziehungsberechtigte.
We moesten allemaal wennen… aan het uitdelen van straffen in Wayward Pines.
Wir mussten uns alle daran gewöhnen… in Wayward Pines Strafen zu verhängen.
Ik zal nooit wennen aan hoe je woont.
Ich werde mich nie daran gewöhnen, wie du lebst.
Je moet altijd wat wennen aan nieuwe vormen van transport.
An neue Transportformen muss man sich erst gewöhnen.
Hier moetje aan wennen, je moet eelt op je ziel krijgen.
Daran muss man sich gewöhnen, die Seele abhärten.
Ik kan wel wennen aan dat maaltijd plan.
An diesen Menüplan könnte ich mich gewöhnen.
We zullen moeten wennen aan hun afwezigheid.
Wir sollen uns daran gewöhnen, sie nicht wahrzunehmen.
Je lichaam zal wennen om minder zout te consumeren!
Ihr Körper wird sich daran gewöhnen, weniger Salz zu verbrauchen!
En ik kon wennen aan een helikopter tot mijn beschikking hebben.
Und ich könnte mich daran gewöhnen, einen Hubschrauber zur Verfügung zu haben.
Ze wennen eraan.
Sie gewöhnen sich daran.
Zo, het laminaat"wennen" aan de nieuwe omgeving
So"zu gewöhnen" das Laminat an die neue Umgebung
Kinderen wennen heel snel aan hun ouders om te slapen.
Kinder gewöhnen sich sehr schnell daran, mit ihren Eltern zu schlafen.
Kinderen wennen op verschillende manieren aan de kleuterklas.
Kinder gewöhnen sich unterschiedlich an den Kindergarten.
Uitslagen: 320, Tijd: 0.0401

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits