Voorbeelden van het gebruik van Wennen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Zo wennen onze ogen aan het duister.
Daar zal je aan moeten wennen, ik ben nu je baas.
Ik moet wennen aan die contactlenzen.
Het is lastig wennen aan het verkeer hier.
Lk zou er nooit aan wennen.
Oh tjonge, ik kon hieraan wennen.
Aan die pijn zul je nooit wennen.
Bemanning en captain moeten altijd aan elkaar wennen.
En weet je, ik moet wennen aan alles.
Je zult moeten wennen.
Ik denk dat we daar maar aan moeten wennen.
Je moest 'r langzaam aan wennen.
Ik moet er zelf nog steeds aan wennen.
Maar hier kan ik ook wel aan wennen.
Hij moet even wennen aan onbekenden.
ik daar nooit aan kan wennen.
Ik zal er nooit wennen.
Mij ook, maar ik vrees dat u eraan zult moeten wennen.
Nelly kan niet wennen.
Je moet aan de hoogte wennen.