WORTELEN - vertaling in Duits

Karotten
wortel
carrot
won'tel
knelband
Möhren
wortel
Wurzeln
wortel
root
basis
bron
oorzaak
vierkantswortel
oorsprong
hoofdmap
Wurzel
wortel
root
basis
bron
oorzaak
vierkantswortel
oorsprong
hoofdmap

Voorbeelden van het gebruik van Wortelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Ik eet wortelen.
Ich esse Karotten.
Van onder zullen zijn wortelen verdorren, en van boven zal zijn tak afgesneden worden.
Von unten werden verdorren seine Wurzeln, und von oben abgeschnitten seine Zweige.
komkommer, wortelen, en wortelen.
Gurke, Möhren, und Möhren.
Hé, dit is geweldig. Op wortelen jagen.
Hey, das ist fantastisch. Jagt Karotten.
Maar wat als de wortelen al dood waren voor ze de grond raakten?
Und wenn ihre Wurzeln schon tot waren, bevor sie aufschlug?
Erwten en wortelen.
Erbsen und Möhren.
Met augurken, selderij en de wortelen en alles.
Mit Gurken und Sellerie, Karotten und allem.
dergelijke eetbare wortelen en knollen, vers of gekoeld.
Rettiche genießbare Wurzeln, frisch oder gekühlt.
En iedere dag kregen ze wortelen te eten.
Sie fressen die Möhren jeden Tag.
Selder, aardappelen, wortelen, zout.
Sellerie, Karotten, Kartoffeln, Salz.
dergelijke eetbare wortelen en knollen, vers of gekoeld m.u.v.
ähnliche genießbare Wurzeln, frisch oder gekühlt ausg.
Of wortelen.
Oder Möhren.
Oh, Ma, ik haat wortelen.
Oh, Ma, ich hasse Karotten.
Ik kende negen werelden in de boom met grote wortelen onder de bladaarde.
Seine mächtigen Wurzeln unter dem Schimmel. Neun Wörter wusste ich im Baum.
Een tiental wortelen.
Ein Dutzend Karotten.
wilde rijst en wortelen.
Wildreis und Möhren.
Eet altijd uw wortelen, Mr. Hanna. Wortelen.
Essen Sie immer Ihre Karotten, Mr. Hanna. Karotten.
Dit is mijn tuin… en mijn wortelen.
Das sind meine Möhren.
Hij is dol op wortelen.
Er liebt Karotten.
Ik ben dol op wortelen.
Ich liebe Möhren.
Uitslagen: 328, Tijd: 0.0392

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits