Voorbeelden van het gebruik van Zeilt in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En wie zeilt dat schip?
Hij zeilt.
je vriendin door de uitgang zeilt?
je daarmee de oceaan over zeilt.
En wij gaan met je mee. Je zeilt.
je langs Rhode Island zeilt.
Aan Gouverneur Addison en zijn mannen. Jij neemt haar en zeilt naar Port Royal waar je de gevangenen overdraagt.
je springt eraf, en zeilt over aartsvijand LaFours heen.
in wat voor een schip dat je zeilt, neem me mee.
we zouden graag zien dat u meer bij de wind zeilt en daarbij meer snelheid ontwikkelt.
bestelt de groep de Mayflower, en zeilt voor de New World.
Of men hier aan het strand ligt, surft, zeilt, aan stand-up-paddling © MTS Austria GmbH
Eindelijk zeilt in 1642 de vermaarde Tasman om het eiland Van Diemen, dat hij aan het vastland verbonden acht,
We zeilen zo ver mogelijk weg.
Als we moeten zeilen, roepen we je.
We zeilen rond zonder een kaart.
De jongens hebben zeilen, astronomie, houtsnijden.
We zeilen binnenkort naar Nassau. Wat?
Ik leerde zeilen op een ouwe boot van mijn vader.
Wie kan er zeilen zonder wind?