Voorbeelden van het gebruik van Ziende in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En de blinde en de ziende(van hart) zijn niet gelijk,
En Jezus, vele scharen ziende rondom Zich, beval aan de andere zijde over te varen.
En de Heere, haar ziende, werd innerlijk met ontferming over haar bewogen, en zeide tot haar: Ween niet!
Doch de Joden, de scharen ziende, werden met nijdigheid vervuld, en wederspraken,
Hij dan, ziende velen van de Farizeen en Sadduceen tot zijn doop komen,
En ziende den mens bij hen staan,
Jezus dan, de ogen opheffende, en ziende, dat een grote schare tot Hem kwam, zeide tot Filippus.
De scharen nu dat ziende, hebben zich verwonderd,
En die ze weidden, ziende hetgeen geschied was, zijn gevlucht;
Evenzo is iemand die niet zoekt… die geen lantaarn bij zich heeft… ziende blind.
Toen hief Jezus zijne ogen op, en ziende, dat veel volk tot hem kwam,
En de discipelen, dat ziende, verwonderden zich, zeggende:
En Hij ziende hun geloof, zeide tot hem:
Maar de landlieden, den zoon ziende, zeiden onder elkander: Deze is de erfgenaam,
Ik bleef langzaam dalen, ziende massa's vlammen
En de Schriftgeleerden en de Farizeen, ziende Hem eten met de tollenaren
Maar Jezus, ziende de overleggingen hunner harten, nam een kindeken,
Maar de landlieden, den zoon ziende, zeiden onder elkander: Deze is de erfgenaam,
En de Farizeer, dat ziende, verwonderde zich, dat Hij niet eerst, voor het middagmaal, Zich gewassen had.
En die ze weidden, ziende hetgeen geschied was,