Voorbeelden van het gebruik van Zijn vrouw in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zijn vrouw zit in de vergaderzaal.
Of zijn vrouw.
En vleselijk zijn vrouw heb gekend.
Samen met zijn vrouw had Toon Koster tien kinderen.
Met zijn vrouw had hij zeven kinderen.
En zijn vrouw, als hij die heeft.
De minister en zijn vrouw leggen hun wekelijks bezoekje af.
Hij zag zijn vrouw in een café.
Zijn vrouw Irena was fulltime moeder.
En vleselijk zijn vrouw heb bekend.
Peterson kreeg samen met zijn vrouw Jan vier kinderen.
Samen met zijn vrouw Rosemary had Green vier kinderen.
Blijft praten over zijn vrouw en kind.
Zijn vrouw, Kimberly, is aan het bevallen.
Een man die zijn vrouw verraadt?
De predikant en zijn vrouw voor hun wekelijks bezoek.
Lot en zijn vrouw, Perseus en Medusa.
Hij drukte zijn vrouw aan zijn borst en zweeg.