Voorbeelden van het gebruik van Zozo in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zozo, een plan om een vreemde alien te vermoorden met een schaar.
Zozo, kijk eens wie de voordeur heeft kunnen vinden.
Zozo, voorzitter.
Een nieuwe datum? Zozo.
Maar ze zullen altijd iemand volgen die een beetje zozo is.
Nee, Big ZoZo.
We houden van je, Zozo.
is Zozo's gezicht dat op me neerkijkt.
Haal zozo.
Kom op, Zozo.
Genoeg, Zozo.
Waar is zozo?
ZoZo, kom terug!
Ollie. Tot ziens, Zozo.
Je kunt het tegenhouden, zozo.
Het ging maar zozo.
Nee, Zozo gaat weer neer!
Zozo dat is het?
Ik heb je gemist, Zozo.
Niets. Zeg het me, Zozo.