Voorbeelden van het gebruik van Zusjes in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Heb je zusjes?
Wij zijn je zusjes.
Zusjes. Heb je zusjes?
Ik dacht dat we zusjes waren.
Straks een meisje uit Atlanta dat touwtjespringt met haar zusjes staart.
Ik heb vier zusjes.
Mijn vader maakt 'n bloemencollage van m'n zusjes foto.
Dat worden dan je broertjes en zusjes.
Wees blij dat jullie zusjes zijn.
Alles. Ik heb zusjes.
Ik kom uit een nestje van negen, maar mijn zusjes zijn verdronken.
Omdat goede zusjes geen geheimen vertellen.
Ik heb vier zusjes.
Het wordt alsof we zusjes zijn!
Dat is de tijd dat je alles deelt met je zusjes.
Maar deze heet'Zusjes' en ze heeft zelf ook een zusje. .
Zusjes, dit is Hond.
Tibby heeft twee zusjes Katherine en Nicky.
Ga met je zusjes mee. Goed zo.
Werden ontvoerd uit de achtertuin. Zusjes Hallie en Samantha Pyler uit Astoria.