Voorbeelden van het gebruik van Aftuigen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik zou graag eens een smeris aftuigen.
Jij liet hem je aftuigen.
Moet ik hem aftuigen?
Moet je hier iemand aftuigen?
Ik moest je aftuigen.
Denkt die zak dat hij m'n meisje kan aftuigen?
Iets wat ze je dwingen te dragen zodat ze je kunnen aftuigen?
Ik zal hem flink aftuigen.
Ik volhardde. Daarom liet ik ze me aftuigen.
Dat is aftuigen met korting.
Gaat u hem aftuigen?
Gaat hij me aftuigen?
Gaan we ze niet eens aftuigen?
Denk aan de problemen die ik krijg als je die mensen blijf aftuigen.
helpen met aftuigen als dat nodig is.
Die 'n joch karate leerde zodat hij andere jochies kon aftuigen. Hij is die wijze, oude Japanse man.
Door mij hoor je nu bij criminelen die die mijn spullen slopen en tieners aftuigen.
Ik dacht… Dat ik me zelf niet kon laten aftuigen?
Had dat aftuigen van die burger iets van doen met de terroristen waar jullie jacht op maakten in de nacht van het incident?
Door mij hoor je nu bij criminelen die die mijn spullen slopen en tieners aftuigen.