AFZEGGEN - vertaling in Engels

cancel
annuleren
afzeggen
opzeggen
stopzetten
opheffen
intrekken
afgelasten
annulering
afblazen
afbellen
call off
roep
afblazen
afzeggen
terugroepen
afbellen
afgelasten
van afblazen
de oproep uit
bellen uit
break
breken
pauze
vakantie
breuk
onderbreking
overtreden
doorbreken
doorbraak
kapot
een break
blow off
af te blazen
afblazen
afzeggen
ontploffen
eraf
eraf schiet
opblazen
canceling
annuleren
afzeggen
opzeggen
stopzetten
opheffen
intrekken
afgelasten
annulering
afblazen
afbellen
cancelling
annuleren
afzeggen
opzeggen
stopzetten
opheffen
intrekken
afgelasten
annulering
afblazen
afbellen
canceled
annuleren
afzeggen
opzeggen
stopzetten
opheffen
intrekken
afgelasten
annulering
afblazen
afbellen

Voorbeelden van het gebruik van Afzeggen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
plannen met een meisje afzeggen.
then break plans with a girl.
Weekendplannen afzeggen, niet?
Cancelling weekend plans, huh?
Bedankt voor het afzeggen van Adam, om te komen.
Thanks for canceling on Adam to kick on.
Afzeggen op je eerste werkdag?
Canceled on your first day of work?
Dan kunnen we de honden wel afzeggen.
Guess we can call off the dogs, huh?
Hoi, ik moet onze lunch afzeggen.
Hey, I gotta cancel lunch.
Ik moet een afspraakje afzeggen.
I gotta break a date.
Het huwelijk afzeggen is het beste.
Cancelling the wedding is the best thing that's happened to me.
Ik had de Wegenwacht niet moeten afzeggen.
I shouldn't have canceled that Triple A card.
Ik ga afzeggen.
I'm canceling.
Ik ga hem zijn cheque teruggeven en de trouw afzeggen.
I'm gonna give him back his check and call off the wedding.
Mam, ik kan niet afzeggen.
Mom, I can't cancel.
Wat? Kun je het niet afzeggen?
What? Well, can't you break it?
Je dacht dat afzeggen je gelukkig zou maken.
That cancelling the wedding would make you happy. You made the assumption.
Je had 't niet mogen afzeggen.
You shouldn't have canceled.
We kunnen niet blijven afzeggen.
We can't keep canceling.
Ik denk dat we de staking moeten afzeggen.
I think we should call off the strike.
We kunnen de reis niet afzeggen.
We can't cancel the trip.
Wat? Kun je het niet afzeggen?
What? Oh, well, can't you break it?
Je gaat niet weer afzeggen, hè? Nee!
You better not be cancelling on me again. No.- No!
Uitslagen: 1933, Tijd: 0.0571

Top woordenboek queries

Nederlands - Engels