Voorbeelden van het gebruik van Beleven in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Iedere week beleven ze allerlei avonturen.
Van wat ze beleven en wat ze zich voorstellen.
We beleven een heerlijk gezellige warme avond bij hem thuis.
We moeten ons huwelijk beleven als een film.
Vandaag de dag kan je er de geschiedenis van de stad ontdekken en beleven.
De toekomst beleven in de Olympiahalle.
Wat voor plezier beleven deze mensen nog aan de duivensport?
Ze beleven hun beste seizoen ooit.
Wat we nu beleven is een manie op de beurs.
Voor jong en oud kun je hier fijne vakanties beleven.
We kunnen onze waarneming van deze sculptuur beleven.
En je kan het opnieuw beleven met herinneringen.
Nu kunt u deze tijd beleven in onze tijd.
Een bijzondere ervaring die het beleven van de natuur een ander gevoel geeft.
Alleen maar beleven en genieten, en dat hebben we gedaan.
Jullie zullen een goede tijd beleven, het hele huis overhoop halen.
Je moet beleven wat de Berlijnse razernij is.
Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat zult u een heerlijk vakantiegevoel beleven.
Je vakantie op twee wielen in Cupramontana en omgeving. Beleven.
Ook voor kinderen is er veel te zien en beleven in het Hollands Kaasmuseum.