Voorbeelden van het gebruik van Beleven in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het publiek moet iets beleven.
Ze gaan samenwonen en beleven nog veel samen.
Ik vroeg God om mij deze dag niet te laten beleven.
An8}Vanavond in Londen beleven we de avond der avonden.
Wij zullen niet de toekomst beleven die hij heeft bezocht.
Geen idee waar ik het meeste plezier aan ga beleven.
U kunt ook een hele actieve vakantie beleven.
Nu moet ik elke kus weer opnieuw beleven.
je wilt een avontuur beleven.
En wat plezier beleven?
Deze reeks zeer mooi afgewerkte plafondlampen beleven een revival als binnenverlichting.
Het leven kan je alleen maar hartstochtelijk beleven.
Goud en zilver zullen hun dag opnieuw in de zon beleven.
Een hypothetische kleinzoon met wie we avonturen beleven.
Waarom moest ik dat allemaal opnieuw beleven?
Las Vegas wil dat we plezier beleven.
Op presentatie kan de patiënt opnieuw beleven de gebeurtenis door.
Ik wil niks uitvinden waarmee anderen avonturen beleven.
Ze blijft het maar steeds opnieuw beleven.
Ik wilde die momenten niet opnieuw beleven.
