Voorbeelden van het gebruik van Bijten in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik dacht dat die grote hond je hand er van af zou bijten.
Ze zal je bijten.
Nee, ik zal je niet bijten.
Liefkozend bijten is normaal.
Je piemel af laten bijten door een pony van Denkins.
Maar bijten is altijd verkeerd.
Hij had je niet moeten bijten, maakt niet uit wat de provocatie was.
Ik hou van een man waarop ik kan bijten.
De mieren voeren een tegenaanval uit en bijten in zijn enkels.
Vertel me. Ik zal niet bijten.
En, gingen de vissen bijten?
Op zijn lippen bijten, zijn hoofd tegen de muur slaan.
Met krabben en bijten hou je hem niet altijd tegen.
In de hand bijten die ons te eten geeft.
Ik zag na het bijten binnen twaalf seconden verandering.
Ik kan niet bijten, alleen omdat Tyson heeft gebeten.
Ze zullen zich door haar heen bijten.
Een revolutie zonder tanden kan niet bijten.
Oren af bijten.
Ik heb gehoord dat ze kunnen bijten.