Voorbeelden van het gebruik van Boom in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zoals deze boom.
Rupsen maken hun cocon meestal hoog in de boom.
Jij en een boom.
Dat zijn boom sticks.
Als er zich Duitsers in een boom verstoppen moet ik dat weten.
En Foster. Curtis zit in de boom.
Je wilt binnenkomen met boom.
Pas op die boom.
Camille en Dickie zitten in de boom.
Het was een boom.
Hij is net een boom in november.
Ik ben in mijn boom.
Ze vonden jouw babykwekerij en boom, probleem opgelost.
We plantten allemaal een boom.
Nee. De boom van Norton.
Ik ben Big Silk Boom.
Haar vader was bij het snoeien uit een boom gevallen.
Like a wop ba ba lu bop And wop bam boom.
Alex, ik kom mijn boom halen.
Hmm?- Onder een boom groeit geen gras.