Voorbeelden van het gebruik van Boomstam in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Twee vrouwen bij boomstam en zonnebloem.
Hij zit vast aan die boomstam achter hem.
Die boomstam, daar. Die tak, daar.
Met het lichaam van een boomstam.
Wil je die boomstam versjouwen?
De boomstam was een dodemansval. Groters?
Woonkamer met boomstam eettafel.
Maar deze keer zit ze gevangen in een boomstam.
De boomstam was een dodemansval?
Maar hij begeleidde me op een boomstam.
stomme holle boomstam.
John heeft goede hoofdcontrole wanneer zijn boomstam wordt gesteund.
Als een boomstam.
Van onder een boomstam.
Borstriem om de boomstam te beveiligen.
Daar. Onder die boomstam.
Onder een boomstam.
De comfortabele zijstootkussens verlenen extra steun aan de boomstam.
Het is maar een boomstam.
Hier, schiet op die boomstam.