Voorbeelden van het gebruik van Buikpijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Buikpijn, bed drie.
Buikpijn, overgevoeligheid? En jij?
Trudy heeft buikpijn.
Vermeende buikpijn.
Ik had eerst buikpijn.
Ik heb buikpijn sinds gisteravond.
Buikpijn is niet het ergste dat jullie krijgen.
Buikpijn en zwelling van de keel.
Buikpijn. Laat me eens naar je kijken.
Buikpijn, bed twee.
Hevige buikpijn, hoge koorts.
Ik heb buikpijn.
Eh, ouderwetse buikpijn.
Zus is naar huis gegaan, ze had buikpijn.
Heeft u buikpijn gehad?
Je geeft de baas buikpijn door je vrienden hier.
Maag- of buikpijn, indigestie, misselijkheid, overgeven
God kent geen buikpijn en dus is het niet echt.
Buikpijn. Laat me eens naar je kijken, knul.
Diarree, buikpijn.