Voorbeelden van het gebruik van Cadeautje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Cadeautje voor Eric.
Ik heb een cadeautje voor je. Booms?
En een cadeautje bij iedere kaars.
Lk wou John een cadeautje geven voor haar.
Een cadeautje. Volgende.
Het is een cadeautje voor m'n zoon Jeb.
En vergeet je cadeautje niet. Goed?
We hebben een cadeautje bij?
Marvin? Marvin, ik heb een cadeautje voor je.
Heb je een cadeautje voor me?
Het is een cadeautje voor m'n zoon Jeb.
Oorbellen en horloge(Breil) beiden een cadeautje van mijn ouders.
En ik heb een cadeautje voor je.
En ik heb een cadeautje voor Charlie.
Een cadeautje voor de jongens.
Ik heb een cadeautje voor je. Petra?
Cadeaus voor je schoonmoeder, Zomaar een cadeautje.
Ik wil een cadeautje.
Ricky, ik heb een cadeautje voor je.
Je grote broer heeft een cadeautje bij.