Voorbeelden van het gebruik van Dat wel doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik wil dat wel doen.
Mag je dat wel doen?
Zou je dat wel doen?
Zou je dat wel doen, met twee kinderen en een scheiding op komst?
Zou je dat wel doen?
Moet jij dat wel doen?
Mogen we dat wel doen?
Ik zal dat wel doen.
Mag jij dat wel doen?
Moet je dat wel doen?
Moet je dat wel doen?
Moet George dat wel doen?
Wil je dat wel doen?
Zou je dat wel doen?
Zou je dat wel doen?
Zou je dat wel doen?
Mag je dat wel doen?
Moet je dat wel doen in jouw conditie?
Zou je dat wel doen, Spence?
Moeten we dat wel doen?