Voorbeelden van het gebruik van De show in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het is niet het concept voor de show van vandaag.
Ze zei dat de show om negen uur was.
Op het laatste nippertje neem ik het uit de show.
Hier maakten we de show.
En de show?
De show werd bijgewoond door ongeveer 60 honden.
Op de show, man, En op uw witte gezicht.
Mede hierdoor is de show geschikt voor alle leeftijden.
Maar, naarmate de show vorderde ging het steeds beter.
De show zal op vrijdag plaatsvinden in de Brabantzaal vanaf 19 uur.
De show is over.
De show gaat zo beginnen.
Dit geeft de show verschillende willekeurig gekozen overgangen.
Laten we de show hier op gang maken.
Laat de show doorgaan.
Laat de show beginnen.
De show van je leven.
Iemand van de show, televisie mensen?
De show interesseert me niet.
Schiet op de show, je verliezer.