Voorbeelden van het gebruik van Decaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Jij bent die decaan.
Brunch met de decaan.
Decaan Cain wil jullie zien in zijn kantoor.
Oké, we gaan brunchen met de decaan of op de decaan.
Mr Mackey, je decaan.
Ja, decaan Cain hier.
Waar is de decaan?
Ik ben aangewezen als zijn decaan.
Met Jason Osmond, decaan van Greenhouse.
Je hebt de directrice en de decaan.
Caroline! Decaan Sands.
Ik lunch met de decaan.
Ik ben z'n decaan.
Caroline! Decaan Sands!
Hij was haar decaan.
Agent Lisbon. Decaan Nora Hill.
Noah Goldstein was m'n decaan.
Agent Lisbon, Nora Hill. Decaan.
Ik ben de decaan. Decaan Pritchard.
Een gemiddelde leerling volgens de decaan.