Voorbeelden van het gebruik van Den troon in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
mijn vader David, wat Gij tot hem gesproken hebt, zeggende: Geen man zal u van voor Mijn aangezicht afgesneden worden, die op den troon van Israel zitte;
En ook zit Salomo op den troon des koninkrijks.
En ook zit Salomo op den troon des koninkrijks.
En Die op den troon zit, zal hen overschaduwen.
En ook zit Salomo op den troon des koninkrijks.
En Die op den troon zit, zal hen overschaduwen.
En ook zit Salomo op den troon des koninkrijks.
En Die op den troon zit, zal hen overschaduwen.
En ook zit Salomo op den troon des koninkrijks.
En Die op den troon zat, zeide: Ziet,!
En Ik zal den troon van zijn koningschap over Isral bevestigen eeuwiglijk.
En van den troon gingen uit bliksemen,
En van den troon gingen uit bliksemen,
En van den troon gingen uit bliksemen,
En van den troon gingen uit bliksemen,
En een regenboog was rondom den troon, in het aanzien der steen Smaragd gelijk.
En Die op den troon zit, zal hen overschaduwen.
En Die op den troon zit, zal hen overschaduwen.
En Die op den troon zit, zal hen overschaduwen.
Mijn zoon,… en Ik zal den troon zijns rijks.