Voorbeelden van het gebruik van Dingen repareren in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Met de hulp van beugels kan dingen repareren vrijwel elke tand.
Ik kan eigenlijk nauwelijks dingen repareren.
Hij kan dingen repareren.
Dus jij kunt dingen repareren?
Dingen repareren, waar?
Hij kan dingen repareren en daardoor sta jij er slecht op.
Je wil dingen repareren die niet gerepareerd kunnen worden.
Je wil dingen repareren die niet gerepareerd kunnen worden.
Wat, je wilt dingen repareren met je oude vriendje?
Maar ik moet nog dingen repareren.
We komen dingen repareren.
Hij kan heel goed dingen repareren.
Bij feesten in dit huis moet ik meestal dingen repareren.
Ze willen dingen repareren.
En jij wilt dingen repareren.
Ik wil graag dingen repareren.
Ik ga dingen repareren.
Deze stemmen willen dat we dingen repareren.
Ik zou dingen repareren voor haar, maar… je weet wel, midden in de nacht wanneer ze sliep
Als je telefoon is bedekt met vet en je wilt dingen repareren, betekent dit dat je op de juiste plaats bent aangekomen.