Voorbeelden van het gebruik van Doodschieten in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Na het doodschieten van zijn voormalige baas
Liet me doodschieten.
We hadden hem moeten doodschieten.
Je zult me moeten doodschieten.
Ik kon 'm niet doodschieten.
Hem doodschieten lost niks op.
Het doodschieten van een burgemeester die een witte vlag had hangen.
Ik laat me niet doodschieten.
Ik had je kunnen doodschieten.
Maar alsjeblieft, laat je niet door hen doodschieten.
Nu moet ik je doodschieten.
Iemand doodschieten is andere koek.
Hij wil mensen doodschieten.
Jij had je gewoon laten doodschieten.
Mr. Farley liet hem doodschieten.
Ik ga m'n vrouw en kind niet doodschieten.
Je kunt me niet doodschieten Ibn Idris.
Je wil je eigen zoon doodschieten, dat is gekkenwerk.
Je gaat niet mijn vrouw doodschieten.
Je had hem moeten doodschieten.