Voorbeelden van het gebruik van Doodschieten in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ze mogen me niet doodschieten.
ik wil niet dat ze jou doodschieten".
We hadden je kunnen doodschieten.
moet ik iedereen in het dorp doodschieten.
Je kunt me niet door het glas heen doodschieten.
Ik moest hem doodschieten als hij iets ergs zou doen.
Ze had zichzelf moeten doodschieten in plaats van man en kind.
Laten we deze agenten onze jongens doodschieten?
Je had me moeten doodschieten.
Je kunt niet zomaar een politieagent doodschieten.
Je gaat niemand doodschieten.
Ik mag 'm doodschieten, zegt ie.
Zijn die verhalen waar van moffen die gevangenen doodschieten?
Ik had ze moeten doodschieten.
Laten we die agenten onze jongens doodschieten?
Ik kan geen hond doodschieten.
Ga je m'n collega doodschieten?
Laat je maar doodschieten.
Moest ik haar jou dan laten doodschieten?
We moeten Tom Neville doodschieten.