Voorbeelden van het gebruik van Doodschieten in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Daarna kun je hem doodschieten.
Wie wil hij doodschieten?
Of ik moet jullie doodschieten.
Je wilt de boodschapper toch niet doodschieten?
Maar de kinderen vragen… waarom wilde pappie zich doodschieten?
Hij wil dat we hem doodschieten.
Ga zitten of ik laat je doodschieten.
Ik had je wel kunnen doodschieten.
Deze man wilde me doodschieten om niets!
Je dacht toch niet dat ik m'n bloedeigen broer ging doodschieten?
Denk je dat ze hem echt hadden moeten doodschieten?
Ze gaan m'n zoon doodschieten.
Wou je hem doodschieten?
Ik moest hem doodschieten.
Ik zei: ik laat je doodschieten.
Hij gaat ons doodschieten.
Ik kan geen vriend doodschieten.
Jawel, maar dan moet ik iedereen die het boek leest doodschieten.
Ga je me doodschieten?
Je gaat me niet doodschieten, hè?