DISPARADO - vertaling in Nederlands

neergeschoten
disparar
matar
derribo
derribar
un tiro
el fusilamiento
fusilar
dispararnos
geschoten
disparar
tiro
tiroteo
tirar
rodaje
derribar
shooting
rodar
matar
cazar
afgevuurd
disparar
disparo
cocción
lanzar
beschoten
disparado
atacados
bombardeada
baleado
tiroteado
ametrallamiento
doodgeschoten
matar
disparar
fusilar
un tiro
afgeschoten
disparado
lanzado
gestookte
avivar
encender
alimentar
schot
disparo
tiro
escocés
inyección
toma
mamparo
deflector
shot
bafle
bala
schutter
tirador
pistolero
asesino
francotirador
artillero
arquero
shooter
puntería
de schutter
disparador
omhooggeschoten
se disparó
neergeknald

Voorbeelden van het gebruik van Disparado in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
La primera persona que abra fuego será disparado por cualquiera de esta habitación.
De eerste persoon die schiet, zal door iedereen in deze kamer neergeschoten worden.
Podría haber disparado a Cobb con el propio arma de Cobb.
Hij had Cobb kunnen neerschieten met Cobb's eigen wapen.
Debimos haberle disparado cuando llegamos ahí.
We hadden hem moeten neerschieten toen we daar aankwamen.
Debería haberme disparado. pero no pude.
Ik had mezelf moeten doodschieten, maar dat kon ik niet.
Esa mujer a la que he disparado es solo otra víctima.
De vrouw die ik neerschoot is gewoon een ander slachtoffer.
Si yo no hubiera disparado, estaríamos muertos.
Als ik niet schiet, zijn we dood.
Si todo se hace en la medida disparado una buena estancia durante unos días.
Als alles wordt gedaan voor zover schoot een goed verblijf voor een paar dagen.
Debería haberse disparado a sí misma en lugar de a su esposo e hija.
Ze had zichzelf moeten doodschieten in plaats van man en kind.
Creí que había disparado el rifle y… agarró la ola justo.
Ik dacht dat hij zijn geweer afvuurde. En… hij vaarde net over een golf.
Podría haberte disparado.
Hij had je kunnen neerschieten.
Podría haberte disparado.
Ik had kunnen neerschieten.
Un muchacho joven que nunca podría haber disparado 20 niños y 6 adultos.
Een jonge knul nooit had kunnen schieten 20 kinderen en 6 volwassenen.
¡No deberíamos haber disparado al teniente Niedermayer!
Had je maar Luitenant Niedermayer niet moeten omver schieten.
No, estaba pensando en que debería haberle disparado cuando tuve la oportunidad.
Nee, ik had haar moeten neerschieten toen ik de kans had.
No deberías habernos disparado, tío.
Je had niet moeten schieten, man.
no podría haberla disparado.
je had het niet kunnen afvuren.
Podría haberle disparado.
Ik had wel kunnen schieten.
El comisario podría haberlos disparado a todos.
De commissaris had ze allemaal kunnen neerschieten.
Y tú no deberías haberle disparado a mi dron y haberlo desmontado.
En jij had mijn drone niet moeten neerschieten en uit elkaar halen.
No debí haber disparado.
Ik had niet moeten schieten.
Uitslagen: 1686, Tijd: 0.3631

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands