Voorbeelden van het gebruik van Een orgel in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Een orgel als herinnering aan een dierbare….
Net een orgel.
De kerk kreeg een tweemanualig orgel met zelfstandig pedaal.
In 1773 bouwde Hess een orgel in deze kerk.
Er is geen orkest maar een orgel.
Aan het einde van de wand staat een orgel.
Zanna en Kaj bouwen een orgel.
In 1845 kreeg de parochiekerk een orgel.
Aanschaf en inwijding van een orgel.
Glazen druiven, pizzabroodjes, een orgel.
Kennis over het verbinden van verschillende elementen en onderdelen in een orgel.
Hij bespeelt hen als een orgel.
In 1815 kreeg de kerk een orgel.
De prestanten zijn de belangrijkste registers van een orgel.
Ik zoek inlichtingen over een orgel.
Het klinkt als een orgel.
Ze bespeelden ons als een orgel.
Het klavier is het keybord van een orgel.
Bij die gelegenheid werd in de kerk een orgel gebouwd.
Het is van origine een balustrade orgel dat werd gebouwd door J.M. Garstenhauer in 1791.