Voorbeelden van het gebruik van Engeland in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Toen Engeland won… verloor mijn familie alles.
In Engeland noemen we dat zomer.
Lieke is community manager bij een app in Engeland.
Stel je een voetbalveld voor in Amerika of Engeland.
Ik ben in Engeland geboren.
Engeland is niet onze natuurlijke vijand.
Hannes Van Engeland.
Kaz, dit zijn Michaels gasten uit Engeland.
Nu is hij in Engeland.
Ik speelde voor de koning en koningin van Engeland.
Dat Frankrijk en Engeland de kust hebben gemijnd om de scheepvaart van erts te voorkomen.
De pelgrims kwamen uit Engeland met de Mayflower.
Ik ben de slechtste politieman in Engeland.
Maar nu kom je uit Engeland.
De juwelen van de Koningin van Engeland.
Engeland, bedoel ik.
Alan Graham werd geboren op 27 augustus 1924 in Engeland.
Haar missie: niets minder dan de transformatie van Engeland.
Voor drugstransport naar Engeland.
Ik ben de koningin van Engeland.