Voorbeelden van het gebruik van Er wonen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Internationale studenten kunnen er wonen.
Er wonen nog steeds katten.
Dat was niet genoeg en daarom bleven ze er wonen.
Niet alleen mijn kind moet er wonen.
Er wonen mensen, Jet, moeders en vaders en kinderen.
Maar de mensen die er wonen.
Rustige mensen die er wonen voor lange tijd.
Ik ga er wonen.
Het percentage van jongeren die er wonen is zeer hoog.
En de mollen mensen die er wonen.
Dan komt m'n hele familie er wonen.
Dan ga ik er wonen.
Dan komt mijn hele familie er wonen.
We brachten een weekend in Stokholm er wonen.
We gaan er wonen.
David ging door een boze podium terwijl die er wonen.
Anders denken ze dat wij er wonen.
Ik en mijn man vond er wonen.
Ik zal er wonen.