Voorbeelden van het gebruik van Feestje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben maar een onschuldige toeschouwer op dit feestje.
En dit is Mickey's feestje.
Oké. Een feestje.
Wat doe jij op een feestje met al deze losers?
Als ik op een feestje kwam, zei men.
Lin hier nodigde me uit op je kleine feestje.
Ik geloof dat dit Jane's'coming out feestje was.
Ik dacht dat dit een feestje moest zijn.
Wat doe jij op een feestje met al deze losers?
Tijdens een wild feestje heeft iemand in het zwembad gekakt.
Klaar voor je eerste aussie feestje, maat?
Ik wil haar niet op mijn feestje.
Stop. Je verstoort mijn feestje en mijn bad.
Een feestje in een voormalige jesjivaschool?
Geen cadeaus, geen feestje.
Jouw broer gaf ons nogal een feestje.
Doug. Na het feestje van Patti.
Ik hoor dat we reden hebben voor een feestje.
Feestje met Naz.
De gemeenschap in dit gebouw staat niet toe dat feestje.