Voorbeelden van het gebruik van Film in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Film, poëzie, karate,
Die nieuwe film met Tom Cruise.
Natuurlijk zal ik in de film zijn.
We gaan niet met Henrik naar de film.
Kijk, dit is een film.
Minikronieken: Film de kracht van het leven!
Een film van Suncent CinemaWorks met Les Films de 'l observatoire.
We kunnen naar de film gaan, dacht ik.
Die film heb ik al gemaakt.
Zoals in de film van Mel Gibson.
Bij de voorpremière had Harry Pebbel de film nog niet gezien.
Norman Bates. De film, Ziva.
Ik ga zaterdag naar de film met Jake.
Dat is de magie van de film.
B: de film zou voor sommige speciale punten noodzakelijk zijn.
Een film heeft geen echt verhaal nodig.
Kom op, de film start over een kwartier.
Ik film die.
Ik bedoel… De film Road House.
Er komt een fazantenjacht in mijn film.
