Voorbeelden van het gebruik van Goddomme in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Goddomme, wat heb ik die lage grunts
Goddomme, wat een heerlijk bandje is dit zeg!
Goddomme, wat een stem heeft die vent zeg!
Goddomme, je hebt de jackpot gekraakt!
Help! Goddomme, heb je niet aan hardlopen gedaan op school?
Goddomme, ik schiet dat stuk stront neer!
Goddomme, wat een truc.
Goddomme, ik hou van dat wijf.
Goddomme, deze meid heeft een douche nodig.
Goddomme. Jack, de band is verbroken!
Help! Goddomme, heb je niet aan hardlopen gedaan op school?
Die ene gast, Vadim, die hulpverlener. Goddomme.
Deze kerel moet de maffia een boel geld schuldig geweest zijn! Goddomme.
Deze kerel moet de maffia een boel geld schuldig geweest zijn! Goddomme.
Wat heb je goddomme gedaan, Taggart?
Waar is goddomme.
Wat is dit allemaal, goddomme.
Goddomme, hoe heeft hij die informatie gekregen?
Goddomme, links, schiet op!
Het is goddomme geen spel!