Voorbeelden van het gebruik van Goddomme in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wat is hier goddomme gebeurd?
En ik wil goddomme m'n huis terug.
Mijn goddomme kind heeft m'n batterij opgemaakt met het spelen van Doodle Jump.
Mijn goddomme vrouw heeft mijn lader.
Dit is goddomme een vrij land.
Mijn benen, goddomme.
Goddomme, Larry, waar ben je
Laat me goddomme een verhaal vertellen!
Goddomme! Wat verdom…?
Goddomme! Doe dat ding uit!
Klaar? Wat is er goddomme net gebeurd?
Je bent goddomme een schande!
Mag ik goddomme bellen?
Ik heb goddomme antwoorden nodig!
Ik heet Letitia Lewis, goddomme.
Goddomme wat ben jij vervelend.
Waar zit jij, goddomme?
Jezus Christus. Wat is hier goddomme gebeurd?
Geweldig hoor. Het is goddomme niet te geloven.
Goddomme, jongens.