Voorbeelden van het gebruik van Goed persoon in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En Pawter's is een goed persoon.
Hij is een goed persoon, Erin.
Ik ben geen goed persoon.
Je broer was een goed persoon.
Je lijkt me een goed persoon.
Omdat hij een goed persoon is, Ernesto.
Zei toch dat hij een goed persoon was.
Ze denken dat je een goed persoon bent.
Kijk. Je lijkt me een goed persoon.
Wees voorzichtig, want hij is een goed persoon.
Een heel erg goed persoon.
En jij bent een goed persoon.
Wat bent u een goed persoon.
Zo te horen was hij een goed persoon.
Ja. Je bent een goed persoon.
Ik zeg niet dat Alice een goed persoon is.
Lavon is echt een goed persoon.
Jackson is geen goed persoon.
Luister, mijn vrouw is een goed persoon.
Hij was een goed persoon.