Voorbeelden van het gebruik van Goed plan in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Een goed plan, meneer de president.
Goed plan, kapitein.
Goed plan voor 30 minuten.
Dat is een goed plan.
En het is een goed plan.
Klinkt als een goed plan.
Goed plan, overigens.
Goed plan. Ik tel af.
Een goed plan, toch?
Het is een goed plan, als het 1985 was.
Goed plan. Mag het?
Het is een goed plan.
Ik heb een goed plan.
Maar 't is een goed plan.
Even pauzeren? Goed plan.
Goed plan, sheriff.
Dat is een goed plan. Oké.
Klinkt als een goed plan, op één ding na.
Goed plan, Cogsworth.
Goed plan, maneschijn.