Voorbeelden van het gebruik van Goed plan in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Goed plan, Woody. Ik smeer 'm.
Goed plan, toch?
Het is een goed plan.
Maar plan B, is geen goed plan.
Misschien was dit toch niet zo'n goed plan.
Die koker was een ontzettend goed plan.
We moeten een goed plan bedenken.
Goed plan. Wat is dat?
Het is een goed plan. Nee, baas.
Ja, maar plan B is geen goed plan.
Dat is mijn taxi. Goed plan.
Houd ervan, als een goed plan samenkomt.
Het is een goed plan.
Wil je dat ik op je wacht of? Goed plan.
Dat is een erg goed plan.
Goed plan, slimmerd!
Ik had een goed plan.
Vier biertjes geleden leek dit nog zo'n goed plan.
Hey, het is a goed plan.
En je vader en ik dachten dat het een goed plan was.