Voorbeelden van het gebruik van Hans in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze zullen je doden, Hans.
Van een juwelier in Beverly Hills, Hans Stollbach.
Ik ben niet zoals hen, Hans.
Hans Weber. Dé Hans Weber?
Ze zullen je vermoorden Hans.
Hans Weber. Dé Hans Weber?
Deze zijn veel beter dan kiezels, zei Hans.
Jij en Hans.
Duncan, alsjeblieft. Hans, Grietje.
Duncan, alsjeblieft. Hans, Grietje.
Hans, dit zijn de papieren om binnen te komen. Zo, klaar.
Hans, ik heb ze gehoord.
Hans van Inge Liedaerd,
Hans, ik ben het.
Hans, ik ben bang.
Hans, dit is niet eerlijk.
Ze rende naar haar broer en riep: Hans, we zijn gered!
Hans, hij ontsnapt.
Hans, we zitten op 't dak.
Hans, we zitten op't dak.