Voorbeelden van het gebruik van Heetten in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
wisten niet eens hoe we heetten.
Waarom huisvrouwen vrouwen die niet werken heetten.
De jongens heetten Adam, WHITINGINSTITUUT VOOR CRIMINEEL GESTOORDEN en de meisjes Eva.
Zij heetten'de heren van Cali'.
Meiden die Keegan heetten.
Ik wist niet hoe de artsen heetten.
De toenmalige buren heetten Kok. Ik speelde vaak met Luppie Kok.
Ervan heetten Hans.
Schijnbaar, waren er… ooit meer straten die Constabulary Road heetten.
Ze heetten de Zeemeermin, de Drietand
Ze heetten Jet en Gijs.
ouderwetse mannen naar… wiettelers en kinderen die Sequoia heetten.
Ze heetten Little Feat.
We heetten de'North Four.
Jongens met brede schouders, die Ed en Fred heetten… Tweelingen.
We heetten Dance Dance Resolution Wij Dansen Resoluut.
Toen heetten ze de von Brauns.
Tweelingen. Jongens met brede schouders, die Ed en Fred heetten.
Maar in die tijd heetten we bewakers en moesten hoeden dragen.
De belangrijkste twee Germaanse goden heetten.
