Voorbeelden van het gebruik van Hem persoonlijk in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ratzinger: Ja, ik kende hem persoonlijk.
Of je kunt het hem persoonlijk vertellen.
Zeg tegen Bleke Vader dat Carlos hem persoonlijk bedankt.
Dat moet jij hem persoonlijk vertellen.
Je mag het hem persoonlijk meedelen.
Ik denk dat ik het hem persoonlijk moet zeggen.
Ik kende hem persoonlijk.
Of we kunnen het hem persoonlijk vragen.
Velen van ons kennen hem persoonlijk.
informeren we hem persoonlijk.
Ik ken hem persoonlijk.
Ik wil het hem persoonlijk vertellen.
Nee. Ik ken hem persoonlijk.
Nee, ik wilde het hem persoonlijk vertellen.
Ik ken hem persoonlijk.
Maar ik moet het hem persoonlijk vertellen.
Ik vertel het hem persoonlijk.
Nee, ik wil hem persoonlijk ontmoeten.
Ziet u, ik ken hem persoonlijk.
Ik wil 't hem persoonlijk vertellen.