Voorbeelden van het gebruik van Hendrik in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De huidige groothertog van Luxemburg is Hendrik.
Het is dus een gezellig ouderwets onlogisch rommeltje?', opperde Hendrik.
Hendrik, wat doe jij hier?
Niet lang daarna overleed Hendrik.
M'n vader was koning Hendrik VIII.
Hendrik Verwoerd wil onze kinderen Bantu onderwijs geven.
Het was geloof ik Hendrik V.
Hendrik, die de kampioen was heeft deze gestapeld?
Ik had meer nobelheid verwacht van een zoon van Hendrik IV.
De ridder die samenzwoer tegen koning Hendrik I?
Hendrik, Ik heb gehoord dat het goed ging vandaag.
Attila, Hendrik de vierde, Ravaillac.
Heilige Maria, moeder van God… Hendrik.
Je zou met me gaan dineren, Hendrik.
Er verzamelt zich een klein leger buiten, Hendrik.
De naam is Hendrik.
Ik ben Hendrik.
Noem me maar Hendrik.
Dat is vast het kasteel van koning Hendrik.