Voorbeelden van het gebruik van Hij doodging in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik was twee toen hij doodging, maar ik mis hem.
Dat zei Jezus aan het kruis voor Hij doodging.
Hoe oud was je toen hij doodging?
Was je verdrietig toen hij doodging?
Was je verdrietig toen hij doodging?
Hoe oud was hij toen hij doodging?
Ik wou niet dat hij doodging of dat hij ziek was.
Toen hij doodging, kreeg ik het.
En dat hij doodging, dat wilde ik niet.
Dat hij doodging.
Dat hij doodging.
Toen hij doodging, begreep hij eindelijk, wat hij ons allemaal had aangedaan.
Toen hij doodging, begreep hij eindelijk wat hij ons had aangedaan.
Waar hij doodging.
Ik wou dat hij doodging.-Dat is waar.
Ik dacht dat hij doodging, maar nu snap ik het.
Wel vraag me of hij doodging.
Zou hij geweten hebben dat hij doodging?