Voorbeelden van het gebruik van Ik geef het in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik geef het jullie zodra de bank morgen opent.
Ik geef het je morgen.
Ik geef het aan haar namens je moeder.
Nee, ik geef het aan Marta.
Ik geef het wel aan de brandweer.
Ik geef het op.
Ik geef het af en daarmee basta.
Nou, ik dacht ik geef het nog één kans.
Ik geef het wel.
Ik geef het je morgen. Morgen.
Ik geef het je nu. Ok.
Ik geef het uit aan het huis.
Ik geef het aan Marta.
Geen idee. Ik geef het door aan de Führer.
Ja, ik geef het op.
Ik geef het nu.
Ik geef het je morgen.
Morgen. Ik geef het je morgen.
Ik geef het een acht.
Ik geef het terug als ik gewonnen heb.