Voorbeelden van het gebruik van Geef het bevel in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Geef het bevel, sir.
Je moet het bevel geven. Geef het bevel.
Je moet ze uitroeien. Geef het bevel.
Oke, geef het bevel.
Oke, geef het bevel.
Maak moordenaars van ze. Geef het bevel.
Maak moordenaars van ze. Geef het bevel.
Kom op. Geef het bevel.
Ik zei: Geef het bevel.
Geef het bevel.
Geef het bevel.
Ik geef het bevel.
Ik geef het bevel voor de schuivers, niemand anders.
Ik geef het bevel.
Ik geef het bevel voor SNAPCOUNT.
Geef het bevel.
Ik geef het bevel voor de schuivers.
Geef het bevel aan uw troepen.
Ik geef het bevel voor de schuivers, niemand anders.
Geef het bevel over het leger aan uw neef, kardinaal Della Rovere.