Voorbeelden van het gebruik van Geef het bevel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik geef het bevel.
Ik geef het bevel.
Nog even en ik geef het bevel.
Geef het bevel, Schmidt.
Geef het bevel door aan de toren.
Geef het bevel tot aanhouding.
Geef het bevel, zei ik.
Geef het bevel dan.
Geef het bevel om uit te stappen!
Geef het bevel om verder te rijden!
Geef het bevel voor de aftocht!
Geef het bevel. Haal zoveel mogelijk troepen bij elkaar.
Ik geef het bevel en jullie vliegen.
Geef het bevel om de vloot te verplaatsen.
Geef het bevel tot overgave.
Geef het bevel aan het garnizoen in Calais.
Geef het bevel.
Reichsmarschall, geef het bevel.
Geef het bevel en het zal worden gedaan.
Geef het bevel aan uw troepen.