Voorbeelden van het gebruik van Infectie in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze is in het ziekenhuis met een infectie.
We hebben de infectie onder controle.
Het is een chronische infectie.
Ik wil niet nog even een infectie oplopen.
Ik ben bezorgd dat hij een infectie heeft.
Lk wil niet nog even een infectie oplopen.
Wij zijn de infectie.
Lk wil niet nog even een infectie oplopen.
Ze ligt in het ziekenhuis met een infectie.
Het is bekend dat deze genen een virale infectie bestrijden.
Bij een infectie zullen ze ook behandeld moeten worden.
Dit minimaliseert de kans op een infectie na de injectie.[3].
Hepatitis B is een infectie van de lever, veroorzaakt door het hepatitis-B-virus(HBV).
Virus of malware infectie dat het GameOverview.
Als zij een infectie hebben moeten zij ook behandeld worden.
Aids ontstaat na een infectie met het HIV(Humaan Immunodeficientie Virus).
Virus of malware infectie dat het zh_CNSpl.
Minimale wijziging of infectie van legitieme systeembestanden.
Verloopt een infectie met COVID-19 ernstiger voor een zwangere vrouw?
Hoe weet u of u een infectie heeft met de Helicobacter pylori?