Voorbeelden van het gebruik van Jammerlijk in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik vind de associatie met nazi's zo jammerlijk ironisch.
Of jij gaat hem achterna, mij jammerlijk zonder toezicht achterlatend.
Het wiel klapt jammerlijk dubbel.
Mijn kind, waarom ben je zo jammerlijk bang? Een lijkenhuis.
Jammerlijk voor jou, ben ik geen heer.
Maar het eerste potentiële vaccin dat onlangs werd getest op zijn werkzaamheid faalde jammerlijk.
Beloof ik, dat je je jammerlijk vergist.
Mijn kind, waarom ben je zo jammerlijk bang?
Ik ben het eens, het pensioen systeem is jammerlijk ontoereikend.
Jammerlijk niet zo aantrekkelijk meer voor vrouwen.
Ik heb het geprobeerd, maar ik faalde jammerlijk.
Aan mijn geliefde man, jammerlijk gemist?
Het geluid kwam weer, Jammerlijk jammeren. zwak.
Mijn man vindt haar jammerlijk onwetend.
Jammerlijk, beide van hen zijn heel gelukkig!
Dan faalde je jammerlijk.
Het geluid kwam weer, Jammerlijk jammeren. zwak.
Optimistisch van ze, maar jammerlijk onverstandig.
De Deen gleed de bal jammerlijk tegen ADO-keeper Ernestas Setkus.
Bedank me niet, ik faalde jammerlijk.