Voorbeelden van het gebruik van Je blij in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En ben je blij dat we hier zijn?
Ben je blij met je kamer?
Ben je blij dat te weten?
Nokia 222 is klaar om de momenten vast te leggen die je blij maken.
Kutze, ben je blij met je nieuwe speeltje?
Ben je blij dat je getrouwd bent? Gek.
Ben je blij om weer een eigen plek te hebben?
Nou, ben je blij? Ga zitten?
Ben je blij dat ik verloren heb?
Dus, ben je blij me te zien?
Ben je blij met mijn vinger?
Ik heb iets wat je blij zal maken.
Waarom ben je blij dit te horen?
Ben je blij met het vooruitzicht?
Gek. Ben je blij dat je getrouwd bent?
Ben je blij dat ik er ben?
Ben je blij om mijn dochter te zijn?
Ben je blij dat je terug bent?
Ben je blij?
Ik heb een verrassing voor je, die je blij maakt.