Voorbeelden van het gebruik van Je blij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik hoopte dat je blij zou zijn.
Als je blij bent en dat weet.
Ben je blij, kind?- Je noodlot!
Als je blij bent, zing je altijd.
Was je blij… om een moeder te worden?
Ben je blij?
Ben je blij me te zien?
Ben je blij, Colleen?
Ik dacht dat je blij zou zijn, Colin Farrell. O, nee'?
Daar moet je blij om zijn.
Ik heb iets wat je blij zal maken.
Ben je blij met je nieuwe boek?
Ben je blij dat je een make-over krijgt, Silky?
Maar ben je blij om terug te zijn?
Ik dacht dat je blij zou zijn met die taart.
Moge je vader je blij maken.
Hé, ben je blij?
Ik wilde je blij maken.
Stefan, zeg me dat je blij bent om hier te zijn.